Aan de hand van 6 basisregels kan je het gedrag van je kind beoordelen. Lees hier hoe en wanneer je ze kan gebruiken.
Wanneer leg je de basisregels uit?
De basisregels kan je gebruiken wanneer je je vragen stelt over het gedrag van je kind. Vaak heb je dit gedrag zelf gezien, maar het kan zich ook voordoen in de kinderopvang, op school, bij een vriendje thuis. De basisregels zullen je helpen om eerst voor jezelf uit te maken of het al dan niet oké is en hoe je dit met je kind bespreekt.
Kan je gedrag van andere kinderen beoordelen?
Jazeker, de basisregels blijven dezelfde en gelden trouwens ook voor het gedrag van volwassenen. Maar hoe je reageert zal wel verschillen. Als je wil reageren op seksueel gedrag van een ander kind, dan doe je dit best in overleg met de andere ouders of met de verantwoordelijken van de kinderopvang, school enz. waar het gedrag plaatsvond. Dan krijg je eerst goed zicht op de situatie en kan je samen zoeken naar de gepaste reactie.
Kan je een concreet voorval bespreken?
Goed idee! Probeer van de gelegenheid gebruik te maken om een gesprek met je kind aan te knopen over seksueel gedrag. Verwijs naar de 6 basisregels. Je kan de gelegenheid gebruiken om het ook eens te hebben over ongepast gedrag van anderen. Je kan met hen mogelijke voorvalletjes bespreken en 'Wat zou je doen als ...' vragen stellen. Zo moedig je hen aan om na te denken over grenzen. En om gepast te reageren als een situatie zich voordoet.

